Hangman

Professioneel rondhangen. Tips om vindplaatsgericht te werken.


Alle teksten over werken met rondhangende jongeren, spreken over: "contact leggen met de jongeren, gesprekken voeren over hoe zij de zaken zien, hen betrekken bij initiatieven,...". Mooi principe, maar hoe begin je daaraan? Hoe benader je als professional een bende jongeren die dikwijls niet op jou zitten te wachten. Straathoekwerk Vlaanderen werkt al 25 jaar op vindplaatsen. Hoewel vindplaatsgericht werken niet altijd straathoekwerk hoeft te zijn, zijn de basisprincipes dezelfde.


1. Actief!

Wil je werken met rondhangers moet je uit je bureau. Je gaat naar de plaats waar zij vertoeven en leidt daar ook een rondhangend bestaan.
Hier start voor de veldwerker de ‘exposure', de blootstelling van jezelf aan een "vreemde" omgeving, een normen- en waardenkader dat niet het jouwe is, omgangsvormen die je niet eigen zijn. Vertoef met open houding en onbevooroordeeld in het leefmilieu van de jongeren. Dompel je onder in hun realiteit, observeer, stel dingen bij jezelf en hen in vraag op een leergierige en geïnteresseerde manier.
Dring je niet op maar geef hen ook de tijd en ruimte om zichzelf en hun leefwereld bloot te geven. Het is niet nodig om alles onmiddellijk te weten, de jongeren de pieren uit de neus te vragen. Vergeet niet dat jij te gast bent bij hen..


2. Positief!

Dit wil zeggen dat de jongeren in al hun aspecten aanvaard worden: hun handelingen, hun taal, houding, waarden en normen,... Ze mogen er zijn in al hun aspecten.
Deze aanvaarding houdt echter op zich geen goedkeuring in. Het betekent wel dat de waarden en normen van de doelgroep aanvaard worden als een eigen keuze. Daar moeten ze zelf verantwoordelijkheid voor dragen. De positieve benadering van jongeren zorgt voor het vermijden van drempels in het contact. Op die manier kan men komen tot een onvoorwaardelijke relatie. De jongeren moeten de aandacht van de vindplaatsgerichte werker niet verdienen, zij krijgen die sowieso. En dat geeft de mogelijkheid om alle mogelijke onderwerpen te bespreken zonder dat dit tot conflicten dient te leiden.


3. Integraal!

Dit wil zeggen dat de jongeren als totale personen benaderd worden. Alles kan aan bod komen in de relatie tussen de werker en de jongeren: niet alleen problemen, ook positieve verhalen zijn van belang in deze relatie.
Integraal wil ook zeggen dat er aandacht is voor de context: er wordt gewerkt vanuit een volledig zicht op de wijk, peers, familie...
Gasten geven aan waar het hen om te doen is en hiermee gaat de werker, samen met hen en op hun tempo en ritme, aan de slag. De werker heeft geen op voorhand vastgelegde agenda maar de agenda krijgt vorm in het contact met de jongeren.


4. Structureel!

Waar al het voorgaande betrekking heeft op het werken met de jongeren zelf, gaat structureel werken over het opbouwen en gebruik maken van een netwerk door de veldwerker en/of de coördinator. Dit netwerk geeft de mogelijkheid om niet alleen juiste informatie te verkrijgen of door te verwijzen, het zorgt er ook voor dat een veldwerker structurele veranderingen kunnen doorvoeren. Op die manier kunnen de belangen van de jongeren behartigd worden.

 

Structurele aandachtspunten als voorwaarde om te slagen:

Jeugdwerkers die vindplaatsgericht werken, moeten uitgebreid en structureel ondersteund worden. Deze werker heeft niet de ‘veilige' omgeving die andere jeugdwerkers hebben. Die ‘veiligheid' is overigens een relatief begrip. Zo stellen we in het straathoekwerk vast dat we beduidend minder geconfronteerd worden met agressie dan andere hulpverleners. De beleving van werker is in het begin echter anders: geen collega's in de buurt om hulp te vragen, geen regels die jouw optreden beveiligen, geen deur om mensen buiten te zetten...
Een deontologie en het vast organiseren van kwalitatieve werkbesprekingen, intervisies en supervisies en vormingen zijn dan ook noodzakelijk. Wie hieraan verzaakt, krijgt al gauw een werker die door de straten de stad niet meer ziet. Dit heeft ook te maken met de botsing van waarden en normen tussen de werker en de gast. Een situatie horen vertellen is minder confronterend dan ze live meemaken. En dan durft het waardepatroon van de werker er wel eens voor te zorgen dat deze vast komt te zitten. ‘Kan dit wel?' ‘Hoe moet ik hiermee omgaan?' ‘Wie ondersteunt mij?' Maar het hangt er maar van af hoe je met die confrontatie om gaat.
In het straathoekwerk wordt die botsing van waarden en normen de hoeksteen van het werk. Het wordt het aangrijpingspunt van de dialoog, het begin van een proces waarbij gezocht wordt naar een constructief omgaan met diversiteit, ook op ethisch vlak.
Een andere belangrijke valkuil die vaak over het hoofd gezien wordt, is die van het signaleren. Wie vindplaatsgericht werkt, komt vroeg of laat aandraven met een signaal. Hoe ga je hier mee om? Het is belangrijk dat vanaf het begin hierover afspraken en procedures gemaakt worden. Het installeren van een stuurgroep kan vaak een handig middel zijn. De werker krijgt sturing en heeft ook een plaats waar hij de signalen kan brengen. Deze stuurgroep kan met die signalen dan aan de slag.
Als laatste aandachtspunt is het belangrijk te weten dat vindplaatsgericht werken een langdurig proces is. Op korte termijn zullen de resultaten slechts beperkt zijn. Vindplaatsgericht werken vraagt nu eenmaal tijd. Een jeugdwerker moet dan ook de tijd en het vertrouwen krijgen om hieraan te werken. Bij het straathoekwerk gaan we er van uit dat het minstens één jaar duurt vooraleer iemand een aantal diepgaande contacten kan hebben.

 
Meer info op www.straathoekwerk.be


Lees ook het artikel van E. Castermans ‘Vindplaatsgericht werken. ALLE FAQ's OP EEN RIJTJE.' Het artikel verscheen in Krax, en is te raadplegen op de website van Uit de Marge.

Vindplaatsgericht werken niet aan jou besteed, denk je? Castermans beschrijft in zijn artikel een mooie illustratie hoe het wel kan, met erg kleine tijdsinvestering:

"Hoe kleinschalig een vindplaatsgerichte actie ook is, het is altijd meegenomen. Ter illustratie: een jeugdwerking met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren die een sterke traditie in een specifieke wijk had, stelde vast dat door het personeelsverloop de voeling met de wijk en de kinderen en jongeren verloren was en er zich daardoor problemen voordeden. Daarop gaf de jeugdwerking de jeugdwerkers de opdracht om in plaats van hun auto dagelijks op de parking van de werking te parkeren, hun auto aan de rand van de wijk achter te laten en tijdens de tocht naar de jeugdwerking hun ogen en oren open te houden.

Deze kleine beslissing had grote gevolgen.
- De jeugdwerkers kregen een veel beter zicht op de wijk en de kinderen en jongeren die er leefden en konden bepaalde gedragingen en situaties beter inschatten.
- Stilaan leerden de jeugdwerkers, naast de kinderen en jongeren die al naar de werking kwamen, ook andere kinderen en jongeren kennen.
- Er groeiden stilaan ook contacten met de ouders, oudere broers, andere buurtbewoners ...
- Ze konden enerzijds het aanbod van de werking bekend maken, maar anderzijds ook al pratend met de kinderen en jongeren te weten komen wat er bij hen leefde en hoe de werking op hen overkwam.
- ...

Reeds een half jaar na de parkeerbeslissing waren de positieve gevolgen voor de werking duidelijk. Zo zie je maar dat creativiteit in het zetten van kleine stapjes, op korte en lange termijn plezante en waardevolle gevolgen kan hebben!"

 

 

 

 

Met steun van de Vlaamse overheid